history
Historie van Schutterij en Drumband St.Andreas 1634 Maasbracht
Eind 1995 was de heroprichting van de oude Maasbrachter schutterij een feit. Het kostte evenwel nog veel moeite en inspanning eer de vereniging in vol ornaat kon uittrekken. Maar ook deze barriëre is overwonnen, want voor het eerst sinds 35 jaar verscheen Maasbracht weer in 1998 op het Oud Limburgs Schuttersfeest.
Koningszilver 1634-1767:
Een korte terugblik leert ons dat de geschiedenis van schutterij St. Andreas zeker teruggaat tot het jaar 1634. Uit dat jaar dateert nl. het oudste
koningsschild. Op dit oudste schild staan de initialen "H.B." van de koningsschutter uit dat jaar. Uit navolgende jaren zijn er in totaal 16 koningsschilden. Uit sommige jaren zijn er meer dan een zilveren plaat. Sommige koningen lieten op hun schild graveren dat zij koning van de oude schutten waren, zodat in Maasbracht zoals in diverse andere plaatsen sprake was van een afdeling jonge schutten en een oude schutterij. Beide schutterijen hadden elk een zilveren koningsvogel.
Prijsvogelschieten en heroprichting der schutterij:
In Maasbracht werd dikwijls een prijsvogel geschoten Dit was een wedstrijd door herbergiers georganiseerd om mensen te trekken. Voorbeelden hiervan waren het prijsvogelschieten in 1863 bij R. Douze te Kruchten, een gehucht van Maasbracht, in 1870 en meer geregeld vanaf 1878 bij de caféhouders, met name Arthur Seegers, maar ook bij W. Reuten. In december 1884 kreeg Maasbracht een nieuwe burgemeester in de persoon van Jos van der Venne. Met name voor de jongelui van het dorp was dit een sterke stimulans om de voormalige schutterij opnieuw op te richten. Het oude koningszilver kwam weer te voorschijn en reeds op 7 januari van het daaropvolgende jaar 1885 was de schutterij present bij de inhuldiging van de nieuwe Maasbrachter Burgervader. Voorzitter was de zoon van de burgemeester. De officiële oprichting vond plaats per 1 januari 1886 met later in dat jaar een koninklijke goedkeuring van de statuten.
De Maasbrachter schuttersbond:
In 1888 werd in Maasbracht een bond van schutterijen opgericht, waarbij schuttersfeesten werden georganiseerd, die door de bij de bond aangesloten schutterijen werden bezocht. Het is de oudst bekende schuttersbond in de beide Limburgen. Door afgevaardigden van de schutterijen van Maasniel, Swalmen en Maasbracht werd op een vergadering op maandag 20 februari 1888 te Maasbracht besloten "een onderlinge bond tot het houden van jaarlijkse feesten" op te richten. Het lot wees Maasbracht aan om het eerste schuttersfeest van de bond te organiseren. Dit zou een Internationaal Schuttersfeest worden nog in hetzelfde jaar georganiseerd op Pinkstermaandag 21 mei 1888. Diverse muziekgezelschappen zouden het feest opluisteren. Daar schutterij St. Hubertus uit Maasbracht-Beek nog niet opgericht was, betreft het bij de organisatie van dit schuttersfeest St. Andreas 1634 Maasbracht.
Het einde van de schutterij:
Jaarlijks werd te Maasbracht de koningsvogel geschoten en werd actief geëxerceerd. Rond 30 november, de patroonsdag van St. Andreas, werd een varken geslacht en werd voor de circa 30 mannelijke leden een maaltijd bereid. De schutters bewerkten een stuk land. Zij hadden een volledige uitrusting, de officieren hadden een steek, er was een tamboer-maître en enkele piekdragers. Deze schutterij was echter geen lang leven beschoren. In 1898 won "de schutterij van Maasbracht" de 3de prijs in het schieten bij het schuttersfeest gehouden door St. Rochus te Eiland-Stevensweert.
Rond 1900 (maar in ieder geval voor 1913) ging de vereniging ter ziele. Het zilver ging over op de in 1894 opgerichte schutterij St. Hubertus Maasbracht-Beek. Deze vereniging die overigens ook zelf over enig zilver beschikte bleef niet lang actief en zo doofde het schuttersvuur in Maasbracht weer voor enige tijd.
Patroonheilige St. Andreas welke patroonheilige de Maasbrachtse schutterij gehad heeft is een vraag die slechts door weing auteurs besproken wordt. De parochie kent als patroon de H. Gertrudis, dus daar hebben de schutters geen voorbeeld in gezocht. Mr. G. Cabolet, die het schutterswezen in de gemeente Maasbracht onderzocht heeft, legt er de nadruk op, dat de Maasbrachter schutterij, die in 1886 statuten kreeg, geen verwijzing kent naar patronheilige St. Andreas. Desalnietemin wordt er volgens mondelinge overlevering vermeld dat de Maasbrachtse schutterij uit het laatste kwart van de negentiende eeuw eind november een varken slachtte, waarmee op 30 november (feestdag van Andreas) een feestmaaltijd voor de leden verzorgd werd. November was de slachtrmaand, dus het gebruik past zeer goed in de tijd van het jaar. Uit de viering van de patroonsdag blijkt dus dat de 19e eeuwse schutterij in Maasbracht de Heilige Andreas als patroon had. St. Andreas zou ook bij de heroprichtingen in 1956 en 1995 patroonheilige van de Maasbrachter schutterij blijven. Over de Heilige patroon bestaat meer onduidelijkheid bij de schutterij in de zeventiende en achttiende eeuw. Op het koningszilver is in enkele gevallen sprake van de oude schutterij, maar van St. Andreas wordt niet gerept.
St. Andreas Maasbracht 1953-1963:
Pas in de jaren vijftig zou schutterij St. Andreas weer ontwaken. In 1956 was een klein startkapitaal vergaard om de herstart van de vereniging gestalte te geven. In september van hetzelfde jaar werd een klein oprichtingsfeest gehouden, waarbij de maasbrachtenaren met het schieten kennis konden maken. Want sinds het eerste jaar van de oprichting was een schuttersbuks aangeschaft en werd een gemeentelijke vergunning geregeld voor een schietboom. De schutterij legde - getuige haar statuten - een vrij sterke nadruk op het Rooms katholieke geloof. Voorzitter sinds 1956 was E.Nissen, die de zilveren ketting en de koningsvogel schonk, omdat de vereniging niet meer kon beschikken over het oude zeventiende- en achttiende eeuwse koningszilver. Er waren diverse acties om aan geld te komen, zoals een balavond, kaartavonden, wielerronde, loterij, windbuksconcours, collectebusjes in cafés en anjerloten alsmede een gemeentelijke subsidie. Begin 1957 beschikten de schutters enkel over een uniformpet. Het streven was erop gericht om de gehele schutterij te uniformeren. Tussen 1958 en 1961 kreeg de vereniging militaire uniformen. Waar in 1957 een geleende drumband het koningsvogelschieten opluisterde, kon Andreas Maasbracht in 1958 beschikken over twee eigen tamboers en werd gestart met een heuse drumband. Rond 30 november werd de patroonsdag gevierd met een Hl. Mis en een feestavond voor de leden en hun partners. Bovendien werd in 1959 een licht-blauw fluwelen vaandel aangeschaft met daarin geborduurd "SCHUTTERIJ ST. ANDREAS 1634"
Deelname aan schuttersfeesten:
In 1959 vierde Maasbracht het vaandelwijdingsfeest. Mogelijk dat deze viering gecombineerd werd met de organisatie van het bondsschuttersfeest, dat in dat jaar in Maasbracht gehouden werd. St. Andreas nam namelijk ook deel aan de schuttersfeesten. Sinds 1957 was de vereniging aangesloten bij de schuttersbond "Door Eendracht Groot" gevestigd te Echt. Bondsfeesten werden te Maasbracht georganiseerd op 24 mei 1959 en 15 juli 1962. Op grond van het lidmaatschap van de schuttersbond kon St. Andreas Maasbracht deelnemen aan het Oud Limburgs Schuttersfeest. Al in het eerste actieve jaar 1957 was St. Andreas present bij het OLS te Beesel. In de navolgende jaren was Maasbracht er ook bij. In 1962 had de vereniging nog ingeschreven voor het OLS te Kaulille. Toch moet rond 1962-1964 een einde gekomen zijn aan de activiteiten. In 1963 kwam een einde aan het lidmaatschap van de schuttersbond. Circa 1964 zou de Maasbrachtse schutterij ter ziele zijn gegaan als gevolg van onderlinge conflicten.
Een nieuwe schutterij in Maasbracht-Beek:
Door sommigen werd het als een gemis gevoeld dat Maasbracht jarenlang geen schutterij rijk was. Zo werden er in 1988 pogingen in het werk gesteld om de schutterij her op te richten en werd er in de carnavalsoptocht van 1989 aandacht aanbesteed. Op 10 juli 1992 was het dan eindelijk zover. Niet in Maasbracht zelf, maar in Brachterbeek werd de schutterij St. Michaël opgericht. Het betrof hier geen heroprichting, want de voorganger schutterij in Brachterbeek was gewijd aan de Heilige Hubertus.
Hetzelfde jaar 1992 sloot deze schutterij zich aan bij de Midden Limburgse Schuttersbond. In 1993 stond er een complete schutterij in uniform met vaandel en marketentsters, die in een plechtige Mis werd ingezegend. Hierna verging het Maasbracht net als bij Meerssen: jarenlang kende het dorp geen schutterij en vervolgens ontstonden binnen een aantal jaren maar liefst twee.

De heroprichting van St. Andreas Maasbracht:
Al in 1993 een jaar na de oprichting van St. Michaël Brachterbeek, waren er plannen om St. Andreas Maasbracht nieuw leven in te blazen. Frans Brouwer en Jos Meijer maakten de afspraak dat als de laatste voor de leden zou zorgen, de eerste het financiële deel onder handen zou nemen. Toen Meijer, de latere voorzitter, voor 30 leden in spé had gezorgd, werden de plannen concreter, zodanig dat er serieus over een heroprichting gedacht kon worden en Brouwer, op zijn beurt op zoek ging naar bronnen om geld aan te boren. In 1995 werd de heroprichting een feit. Echter om de naam St. Andreas 1634 te mogen voeren diende voor de notaris juridisch aangetoond te worden dat er sprake was van een heroprichting. Dat was een moeilijke opgave, want hiervoor diende gespeurd te worden naar de oude papieren en andere overblijfselen van de voorgaande schutterij te Maasbracht. Na lang zoeken was men de wanhoop nabij, want hoe en waar de oude stukken opgediept konden worden was een raadsel.
De volhouders hadden echter enige naamsbekendheid gekregen met hun plannen. Op een nacht werd de latere secretaris namelijk wakker door een harde bons. Een onbekende had een flink pak met de oude papieren uit de periode 1956-1961 door de brievenbus geworpen. Aan de hand van deze stukken kon worden aangetoond dar er rechtmatig sprake was van een zogenaamde heroprichting en dat de "nieuwe" vereniging St. Andreas 1634 Maasbracht zou heten.
Op zoek naar de andere stukken:
Een uitgebreide zoektocht werd gestart naar de attributen uit de vorige actieve periode van de schutterij. Het oude vaandel uit 1959, zonder piek of medailles, bevond zich in het gemeente-archief. De speurtocht naar de piek en medailles leidde naar een cafeetje waar de lokaalhouder iets meer over de gang van zaken kon vertellen.
Hij verzocht hen nog een keer terug te komen, omdat er nog wel enkele plaquettes en een zilveren mus zouden liggen.
Dat ging dus om meer dan enkele medailles. Bij het tweede bezoek aan het café kwam het koningszilver boven water uit de periode 1956-1961 met de toenmalige koningsvogel. Het was kolenzwart, maar werd weer mooi opgepoetst en wordt thans door de koning gedragen.
Het oude koningszilver:
Hoewel dus het koningszilver uit de jaren 1956-1962 teruggevonden werd, is er nog een ander koningszilver, waar we in de eerste paragraaf over gesproken hebben. Dit bestaat uit vijftien zilveren schilden van koningen uit de zeventiende eeuw en een plaat uit de achttiende eeuw. Hierbij horen twee zilveren koningsvogels, van respectievelijk de Jonge en de Oude Maasbrachtse schutterij.
In de jaren tachtig van de negentiende eeuw beschikte de toenmalige schutterij nog over dit zilver. Toen deze schutterij ter ruste ging kwam het zilver een tijdlang bij de schutterij St. Hubertus Brachterbeek tot deze schutterij ook het loodje legde. In de jaren dertig werd het zeventiende eeuwse schutterszilver bewaard bij een oud vrouwtje "het aan eene zorgzame oude vrouw overlatend vaan en zilver te bewaren, waardoor 't brave moedertje zich niet weinig bezwaard gevoelde" ( Jolles, Publications (1936), 120).
Dit zilver geraakte in de Tweede Wereldoorlog buiten het dorp Maasbracht. Het zou tijdens de oorlog zijn geruild tegen stof of een bontjas, waardoor de Fa. Smeets uit Venlo de nieuwe eigenaar werd. In de jaren vijftig had de toenmalige schutterij St. Andreas Maasbracht dit zilver niet tot haar beschikking. Het zilver kwam pas weer boven water met het openen van het Limburgs Schutterijmuseum in 1976 in Hoensbroek. De fam. Smeets gaf het zilver via een bruikleenovereenkomst in leen aan het museum. Daar heeft het een tijdlang gehangen en kon door de bezoekers bekeken en bewonderd worden. Het schutterijmuseum verhuisde naar Stramproy en na een aantal jaren diende zich een nieuwe sluitings- en verhuizings problematiek voor het museum aan. Het was in deze tijd dat de fam. Smeets de bruikleenovereenkomst introk en het Maasbrachtse zilver terug wilde ontvangen en zo verdween het in particulier bezit. Alhoewel bezit, morele eigenaar blijft uiteraard schutterij St. Andreas Maasbracht, wier voorgangerschutters dit zilver bij elkaar gesprokkeld hebben tot trotse gildebezit.
Echter door eerder onzorgvuldig omspringen met dit eeuwenoude zilver is het Maasbracht in de oorlog ontglipt en in particuliere handen terecht gekomen.

Werken en schieten:
De heroprichting van St. Andres vond plaats op 30 November 1995. Dit is de naamdag van de Heilige Andreas. De Maasbrachter schutterij heeft zich niet weten te uniformen dankzij vele sponsorgelden. In feite zijn er relatief weinig sponsors.
De schutters hebben in de afgelopen jaren het meeste zelf gedaan. Een periode van hard werken en stug doorzetten ligt achter hen. En in de eerste twee jaar werd nota bene niet één schot met de buks gelost. Wel werd reeds ter voorbereiding op de diverse aktiviteiten geoefend met de nieuwe exercitie. Her en der werden contacten gelegd en ontmoette men dankbare steun van met name St. Catharina Stramproy en St. Martinus Linne, en geweermaker Jac Stals. Deze hebben enorm geholpen want alleen red je het niet. Van Linne werd de zware buks overgenomen. Hiermee kan een paar maal per seizoen in Linne geschoten worden. De Maasbrachtse schutterij had welliswaar een terrein van de kerk gekregen, dat gebruikt kon worden als schietterrein, maar kortbij heeft de gemeente Echt plannen om een bovenregionaal bedrijventerrein in te richten, waar ook de gemeente Maasbracht haar steentje aan zou moeten bijdragen door het afstaan van hectares grond aan de gemeente Echt. Hierdoor kon het schootsveld geen doorgang vinden vanwege de vestiging van mogelijke bedrijven.
Leden en uniform:
Het ledenbestand telt thans 54 leden. Hierbij is vrij veel jeugd en relatief weinig complete families. Een paar leden wonen zelfs in Gelderland. Dat Maasbracht goede contacten heeft met de marinestad Den Helder moge ook blijken uit het feit, dat via Den Helder de witte broeken en petten zijn geregeld. Tezamen met de zwarte uniformen, die zijn overgenomen van schutterij St. Martinus Linne is St. Andreas Maasbracht in 1998 volledig geuniformeerd. Ook geweren en sabels horen tot de uitrusting. Spontaan hadden zich enkele marketentsters aangemeld, die inventief hun eigen uniform en uitmonstering samenstelden. Dat daarbij enkele ongeschreven wetten geschonden werden blijkt uit de geruite rok en een homp brood in plaats van het gebruikelijke (stok)brood.
De nieuwe schutterij trekt uit:
Bij gelegenheid van het patroonsfeest op 30 November 1997 trok de schutterij voor 't eerst geuniformeerd uit. Na afloop van de kerkdienst werd het oude vaandel overhandigd, dat in het raadshuis was opgeslagen. De eerste koning sinds de heroprichting was bekend. Dit was Michel Brouwer vergezeld van Koningin Janine Barten. Het bondsfeest te St. Joost op 21 juni 1998 was het eerste schuttersfeest, waar de schutterij zich na jaren toonde. Twee weken later volgde het OLS-debuut sinds ettelijke decennia. Met optochtnummer 144 trokken de Maasbrachtenaren door Kinrooy. Het schieten ging hun niet slecht af. Er bleven van de 18 bolletjes maar twee staan en dat voor een ploeg, die maar mondjesmaat geoefend hadden.
Van de mensenmenigte die de optochtroute van het ZLF bevolkte, het applaus en de aankondigingen van de speakers ter plekke, kreeg St. Andreas Maasbracht koude rillingen. Het nodigt uit tot meer en heeft er mede toe bijgedragen dat de schutterij nu het aanstekende virus van het Limburgs schutterswezen pas echt te pakken hebben gekregen.
Bron: Schutterstijdschrift, Heemkundeboek
Laatst aangepast (dinsdag, 13 april 2010 15:44)